Wij
Elke is dit jaar afgestudeerd aan de toneelacademie Maastricht als theatermaker en Malou studeert momenteel in het vierde jaar van de schrijfopleiding in Utrecht, HKU.
Afgelopen periode schreven zowel Elke als Malou een kort manifest over hun theater. Hier onder kunt u onze manifesten vinden.

door: Malou
Theater van mensen
Hoi, ik ben Malou en ik ben hier. Moet ik me ook nog manifesteren? Niet dat ik bang ben me te manifesteren: ik doe het maar al te vaak en ben er goed in dus een manifest is zo geschreven. Maar daardoor ben ik een beetje allergisch voor manifesten en mezelf wanneer ik me manifesteer. Ik vind dat er al genoeg gemanifesteerd wordt in het theater en de wereld.

Ik verbaas me. Ja. Wie niet? Waar verbaast u zich over? Ik over de wereld en de mensen; over mezelf. Ik verbaas me over het feit dat ik via een beeldscherm in mijn huiskamer kan kijken naar ellende aan de andere kant van de wereld zonder iets te voelen en het voor waar aan te nemen. Ik verbaas me over de vraag waarom ik op elke hoek van de straat een maaltijd kan kopen zonder ook maar iets voedzaams binnen te krijgen. Ik verbaas me over het feit dat ik in de stress raak van apparaten die me helpen om sneller te leven, over een website waar iedereen iets kan neerpennen die vervolgens een nieuwe encyclopedie wordt. Dat is toch fascinerend? Dat het de normaalste zaak van de wereld is dat ik tien dagen vakantie houd aan de andere kant van de wereld maar eerst door allerlei poortjes moet om te checken of ik geen potentiële terrorist of smokkelaar ben. Hoe kan dat? Ik begrijp het niet. Hoe kan ik er dan een mening over vormen? Met verwondering en onbegrip kan ik me moeilijk manifesteren; ik moet er tenslotte ook nog iets van vinden. Toch?
Gisteravond liep ik over Amsterdam Centraal. Er liep een wat oudere dame met een prachtige bontjas. Ze liep een beetje gebogen en er kleefde een stuk wc-papier aan haar hak. Nu wilde ik op tijd mijn trein halen maar die dame was zo mooi en het wc-papier aan haar hak zo treurig dus ik zei tegen haar dat er iets onder haar schoen kleefde. Ze verontschuldigde zich. Er ontstond een wederzijdse schaamte. Vanuit haar omdat ze met dat wcpapier had gelopen en het niet zelf ontdekt had en vanuit mij omdat ik haar tot schaamte bracht met mijn goedbedoelde opmerking. Dat wil ik in het theater zien. Menselijkheid, een onverwachte gebeurtenis die je even weg haalt van de ruis van alledag. Iets wat echt is en echt op dat moment plaatsvindt. Ik zie het nooit in het theater. In elk geval niet in het teksttheater. Maar waarom niet?
Wat nou als we het andersom doen; dat we de werkelijkheid omlijsten met een theaterruimte. Het is geen nieuwe gedachte zoals geen enkele gedachte een nieuwe is, maar wat er dan gebeurt vind ik spannend: je gaat anders kijken. Alles is bijzonder en moet daar op dat moment zijn. Het oude vrouwtje dat even tussen de gordijnen door spiekt naar de drukke straat beneden haar en zich betrapt voelt wanneer je blik haar kruist. Het modepopje dat door de winkelstraat flaneert en struikelt over haar eigen hakken. Mensen in een regenpak met een verwrongen gezicht omdat regen klote is, vooral met wind tegen. Dat zijn de momenten dat ik verlang naar theater maken. Dat ik er naar verlang om die fietsende mensen in de regen en al op een podium in de schouwburg te zetten; zonder dat ze het zelf in de gaten hebben.
Ik wil voorstellingen maken die de werkelijkheid omlijsten in plaats van hem na te doen; ik wil mensen zien in plaats van personages; ik wil op zoek naar zuiverheid en oordeelloosheid ten opzichte van hoe ik de werkelijkheid ervaar en via die weg tot materiaal komen. Waarbij de eigenaardigheid en onhandigheid van mijn menszijn mijn start en eindpunt zijn zodat ik in alle openheid contact kan maken met mijn toeschouwer. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen bijzondere verhalen wil vertellen; ik wil de dingen waar ik me over verwonder laten zien en ze daarmee bijzonder maken.

door: Elke
Theater van de verwondering.
"Daar waar verwondering de behoefte aan begrip overstijgt, is ruimte voor troost".
(Freek de jonge).

In de zaal bij een voorstelling van het Nationaal Toneel bekruipt me het gevoel niet helemaal op de juiste plek op het juiste moment te zijn. Ik zie een decor, spelers die iets zeggen en ogenschijnlijk kwaad zijn op elkaar. Ik hoor teksten waarvan ik de bladspiegel bijna kan meelezen, ik zie spelers pompen en zoeken naar kwaadheid en bovenal heel consequent hun personage vasthouden.Ik zie overduidelijk een regie.Ik betrap mezelf erop dat mijn gedachtes steeds afdwalen.Ik doe iets wat ik nog nooit heb gedaan; ik ga naar huis in de pauze.En met mij nog een derde van de zaal.Als kunst, en daarmee ook theater toch één functie moet hebben, wil ik dat die functie is het terugbrengen van de verwondering.Waar de meeste functies van het theater overgenomen kunnen worden door andere media blijft er toch één uniek aspect overeind staan: er staan daar mensen op het toneel. Mensen zoals ikzelf.Waar een film of een schilderij op afstand blijft, heeft het theater de mogelijkheid om mij naar binnen te zuigen. Me even te laten verwonderen.Ik houd van theater. Maar het meest houd ik van theater als ik niet in het theater ben.Paradoxaal misschien.Ik houd het meest van theater als ik gewoon over straat loop en bedenk dat de wereld om me heen een voorstelling is. En pats! daar is de verwondering.Het is precies die verwondering die ik mis als ik in de grote zaal bij het Nationaal Toneel zit.Ik ga naar het theater om naar mensen te kijken. Mensen van vlees en bloed, met dezelfde onhandigheid, eigenaardigheden en hetzelfde onvermogen als ik.Die niet staan te doen alsof, maar naast personage ook nog mens zijn.En daar is de verwondering.Als ik de mens door het personage heen mag zien, als de acteur zijn eigen ‘ik’, onzekerheid en ‘mens-zijn’ inzet op de vloer, dán word ik geraakt.Zodra we met z’n allen gaan doen alsof we geloven dat pietje niet pietje is en na zijn vertolking van Romeo niet gewoon naar huis gaat en boerenkool eet, zodra we met z’n allen afspreken dat Romeo Romeo is en de acteur dat ook netjes en braaf volhoudt, dan vraag ik me af waar ik naar zit te kijken. Dan vraag ik me af waarom dit gemaakt moet worden in deze theatervorm.Kan ik dan niet net zo goed een film kijken of het boek lezen?Dat meneer de acteur zo goed speelt, is voor mij niet genoeg. Kunstjes kijken kan ook in het circus.Ik wil breekbaarheid zien, onhandigheid, onvermogen.Een vermoeden van bewustzijn van de theaterafspraak die we met z’n allen maken en daar vooral niet heilig over doen.Toneel is toneel, laten we niet doen alsof. Paradoxaal misschien.Maar ik wil me niet voor de gek laten houden. Ik heb te lang in Sinterklaas geloofd.Ik wil in Sinterklaas geloven terwijl ik weet dat hij niet bestaat.En zo ga ik ook naar het theater. Ik weet dat ik me aan mijn deel van de afspraak moet houden. Ik word alleen niet geraakt als de acteur of de maker dat ook doet.Met mijn theater wil ik proberen de verwondering die ik zo puur voel en bijna vast kan pakken wanneer ik op straat loop, terug te brengen in de zaal.Door gekantelde taal af te wisselen met stiltes.Door de spelers hun eigen onzekerheden en onhandigheden te laten inzetten.Door me niet aan mijn deel van de afspraak te houden.Door me te blijven verwonderen.